TRENDS

Geschiedenis Stadsfiets

 

Een transportfiets is een fiets die speciaal bedoeld was voor het vervoer van goederen. Vrijwel vanaf het begin van de ontwikkeling van de fiets zijn er transportfietsen gebouwd. De huidige transportfiets is aan het begin van de 20e eeuw ontstaan. De meest voorkomende uitvoering is die met de drager boven het voorwiel en met 28×1,75 inch wielen. De wielmaat 26×2 inch kwam ook veel voor en was met name bedoeld voor de wat kleinere personen en voor zwaarder transport. Veel onderdelen werden in zwaardere kwaliteit uitgevoerd dan bij gewone fietsen, zoals de trapasbalhoofdstel en spatborden.

Karakteristiek voor de transportfiets is de rieten mand op voordrager (of rek). Er waren verschillende uitvoeringen. De bakkersmanden waren de grootste (meer volume, minder gewicht). Slagersmanden waren kleiner omdat het gewicht van vlees en vleeswaren groter is. Op de achterdrager waren soms haken voor twee melkbussen aanwezig.

Een meer zeldzame uitvoering is de transportfiets waarbij drie framebuizen parallel vanaf de balhoofdbuis schuin naar de zadelbuis lopen. Dit geeft een gemakkelijker instap (als bij een damesfiets, maar het frame wordt er veel minder stijf van.

Een andere niet veel voorkomende vorm is de verlengde transportfiets waarbij tussen het balhoofd en het stuur een ruimte van circa 80 centimeter tot een meter lengte werd gecreëerd, waardoor de laadvloer erg laag kon worden. Met name voor zware goederen zoals bierfusten is dit type – Long John genoemd – zeer geschikt.

De transportfiets wordt inmiddels steeds populairder, met name voor kindervervoer en boodschappen. In Amsterdam worden voor boodschappen ook lichtere semi-transportfietsen veel gebruikt. Er bestaan veel versies, maar veelvoorkomend is een stevige stadsfiets met dubbele framebuis en een grote voordrager.

En nu enteren wij met moderne stadsfietsen ook de Friese steden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *